Geschiedenis van de Oostenrijkse Nederlanden

Kaart van de Oostenrijkse Nederlanden en het prinsbisdom Luik.

De geschiedenis van de Oostenrijkse Nederlanden (Latijn: Belgium Austriacum) beschrijft de periode van 1715 tot 1795 in de Oostenrijkse Nederlanden, waarvan de tien provincies het grootst overgebleven deel van de Spaanse Nederlanden vormden, nadat de zeven noordelijke zich in 1581 hadden afgescheiden om in 1588 de autonome Republiek der Zeven Verenigde Provinciën uit te roepen.

Met het Verdrag van Utrecht, dat in 1713 de Spaanse Successieoorlog beslechtte, eindigde de Spaanse periode en werd Belgium Austriacum, zoals het vanaf dan werd genoemd, een autonoom deelgebied onder de Oostenrijkse tak van de Habsburgse monarchie. Toenemende pogingen van verlichte despoten tot centralisatie van bestuur vanuit Wenen, waarbij de belangen van de monarchie botsten met het particularisme van de gewesten, leidden ten slotte tot de Brabantse Revolutie die uitmondde in het uitroepen van de tijdelijk onafhankelijke republiek der Verenigde Nederlandse Staten.

Na de dood van keizer Jozef II in 1790 slaagde diens broer en opvolger Leopold erin het Oostenrijks bewind nog gedurende enkele jaren in naam te herstellen, al moest hij daarvoor toegeven op alle eisen die door de Nederlandse afgevaardigden al veel vroeger waren geformuleerd. Na de Slag bij Fleurus werden de Oostenrijkers definitief uit het land verdreven en werd het grondgebied door de Fransen ingepalmd, die daarop tegelijk doorstootten tot de Noordelijke Nederlanden.