Nag Hammadigeschriften

Categorie Gnosis
Abraxas gem scan.svg
Gnosis
Portaal  Portaalicoon  Religie
De ligging van Nag Hammadi
Het geheime boek van Johannes
Laatste pagina van het Thomasevangelie

De Nag Hammadigeschriften zijn een verzameling teksten uit de begintijd van het christendom die in 1945 gevonden werden in Midden-Egypte in het plaatsje Nag Hammadi (Arabisch: نجع حمادي, transliteratie: Nadj` Hammadi; in de Klassieke Oudheid Chenoboskion, Grieks Χηνοβόσκιον, genoemd).

In 1945 vonden drie broers deze geschriften in een kruik op een oude begraafplaats. De geschriften waren geschreven op papyrus en gebonden in leren kaften. Een zo gebonden boek wordt een codex genoemd. Er werden dertien codices gevonden die in totaal tweeënvijftig geschriften bevatten. Daaronder zijn een aantal duplicaten en van een enkel geschrift zijn meerdere versies. Het grootste deel van deze geschriften kan beschouwd worden als gnostische teksten. Er zijn drie hermetische geschriften en zeven geschriften die niet of nauwelijks als gnostisch beschouwd kunnen worden.

Al die geschriften zijn Koptische vertalingen van teksten die oorspronkelijk in het Grieks geschreven zijn. Van de oorspronkelijke Griekse tekst is buiten een aantal fragmenten nooit iets gevonden. De manuscripten zelf dateren uit de vierde eeuw. De oorspronkelijk Griekse tekst van de meeste geschriften moet in de tweede en derde eeuw zijn geschreven.

Na de vondst werden de codices aan handelaren aangeboden. Het resultaat was dat een codex eigendom werd van het Koptisch Museum in Caïro, een codex in handen kwam van een handelaar Albert Eid en de overige codices in het bezit van een handelaar Tano. De eerste die over de codices publiceerde was de Franse onderzoeker Jean Doresse. Hij maakte ook foto´s van de inhoud van de codices in het bezit van Tano. Hij was de eerste die de conclusie trok dat een Evangelie van Thomas tot de manuscripten behoort. In een later stadium zal Doresse in de concurrentiestrijd om tot de eersten te behoren die over de teksten kan publiceren door zijn collega's buitenspel gezet worden.

De codices in bezit van Tano komen ook in het Koptisch museum terecht. Door bemiddeling van Gilles Quispel wordt in 1952 de codex in handen van de handelaar Albert Eid eigendom van het Jung-Instituut. Deze codex, de huidige codex I, wordt dan ook wel de Jung-codex genoemd. Uiteindelijk wordt een overeenkomst met de Egyptische regering gesloten, waarbij ook de Jung-codex terecht komt in het Koptisch museum met als tegenprestatie dat de teksten van alle codices beschikbaar komen voor een internationaal comité van onderzoekers.

De eerste integrale Engelse vertaling van de Koptische teksten van alle codices verscheen in 1977. Al eerder waren publicaties verschenen over afzonderlijke teksten. Een eerste integrale Nederlandse vertaling van alle teksten werd in 1994 gepubliceerd door Jacob Slavenburg en Willem Glaudemans. In 2005 volgde een geheel herziene en geactualiseerde uitgave. Deze uitgaven zijn echter alleen gebaseerd op eerdere Engelse en Duitse vertalingen.