Schietmotten
English: Caddisfly

Schietmotten
Agrypnia pagetana poetst de antennes.
Agrypnia pagetana poetst de antennes.
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse:Insecta (Insecten)
Onderklasse:Pterygota (Gevleugelde insecten)
Superorde:Endopterygota
Orde
Trichoptera
Kirby, 1813
Afbeeldingen Schietmotten op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Schietmotten op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon  Biologie
Insecten
Micropterna sequax

Schietmotten (Trichoptera) zijn een orde van gevleugelde insecten die behoren tot de zich verpoppende insecten (Endopterygota). Schietmotten hebben een onopvallende kleur en lijken wat betreft lichaamsbouw op nachtvlinders. De vleugels zijn echter niet beschubd zoals bij vlinders, maar behaard. Alle soorten schietmotten vouwen hun vleugels in rust achterwaarts dakvormig over het achterlijf. De meeste soorten bereiken een lichaamslengte van enkele millimeters tot een centimeter. De grootste soorten worden iets meer dan twee centimeter lang. Van de ruim 13.570 bekende soorten schietmotten komen er 1271 in Europa voor, waarvan ongeveer 230 in de Benelux.[1] In veel landen is het onderzoek naar schietmotten niet zo gespecialiseerd als in delen van westelijk Europa.

De monddelen van schietmotten hebben een bijtende configuratie maar zijn sterk gereduceerd en hoogstens geschikt voor het opnemen van vloeibaar voedsel. De volwassen schietmotten nemen geen vast voedsel op en leven afhankelijk van de soort enkele dagen tot een aantal maanden.

Schietmotten ontwikkelen zich vrijwel altijd in het water. De meeste soorten leven daarin als larve en maken een kokertje, waarin ze schuilen tegen vijanden. Sommige leven als larve in een kokertje op het land (familie Limnephilidae). Andere maken een vangweb onder water, zoals die uit de familie Hydropsychidae en weer andere leven vrij in het water. De larven leven vaak een jaar in het water. Een aantal soorten kent een meerjarig larvestadium. Binnen de orde van de schietmotten bestaan er carnivoren (vleeseters), detrivoren (afvaleters), herbivoren (planteneters) en omnivoren (alleseters).

De kokerbouwende larven zijn in het water zichtbaar als 'kruipende takjes'. De vorm van de koker is vaak specifiek voor de verschillende groepen. De kokers worden door de schietmot vervaardigd uit materiaal dat voorhanden is in zijn omgeving, zoals plantenmateriaal, overblijfselen van waterdieren, zandkorrels, kiezelsteentjes en allerlei combinaties daarvan. Elk kokertje is daardoor uniek. Het bouwen van de kokertjes is door entomologen uitgebreid onderzocht. De Franse entomoloog en schrijver Jean-Henri Fabre noemde de larven zichzelf aankledende insecten.[2]