Belgische Revolutie | willem i

Willem I

Willem I had, zoals alle Europese leiders van na 1815, een autoritaire regeerstijl. Zo voortvarend als hij de economie stimuleerde, zo conservatief was zijn politiek. De economie stimuleerde hij met de oprichting van de Generale Maatschappij, die aan de wieg stond van de industriële revolutie in de Zuidelijke Nederlanden. Zijn conservatieve politiek bleek uit de ondervertegenwoordiging van Zuid-Nederlanders in het bestuur en de legerleiding, hoewel ze een groter deel van de bevolking en het leger uitmaakten.

Het zogenaamde Taalbesluit, dat in 1823 het Nederlands langzamerhand als ambtstaal in de provincies West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg invoerde, zorgde voor enige weerstand in het zuiden, waar Wallonië, de kerkelijke leiders, de adel en de bourgeoisie in Vlaanderen Frans spraken. De katholieken – de meerderheid van de bevolking – eisten enerzijds vrijheid van onderwijs en godsdienst, terwijl de nieuw-liberalen anderzijds bezwaren hadden tegen de repressieve regeerstijl van Willem I.

Dit leidde tot het unionisme en toen dit samengaan, geleid door jonge intellectuelen, aan kracht won, werd de afscheiding een ernstig alternatief. In 1829 verhevigde de oppositie van de Zuid-Nederlandse parlementsleden in de Staten-Generaal. Vooral het Franstalige deel van de burgerij uitte zijn ongenoegen met 'patriottische banketten' en 'petities' naar Den Haag. Het strafrechtelijk beteugelen van de oppositie maakte dat 'martelaars' zoals Louis de Potter nationale bekendheid kregen en in sommige kringen tot het heldendom opklommen.